Filmconcert

Eliso

Nikolaj Sjengelaja

Muzikale begeleiding door Wim van Tuyl (piano) en Pien Straesser (sopraan), met liederen van Moezorgski, Tsjaikovsky en Shostakovitsj.

Eliso is een tijdloze film. Niet alleen door de uitzonderlijke kwaliteit maar ook door de inhoud van het verhaal. De Russische aanwezigheid in de Kaukasus en het verzet van de bevolking hiertegen is immers nog steeds brandend actueel. Hetzelfde geldt voor de botsing tussen de religies, de strijd tussen christenen en moslims.

De film opent met een brief: in 1864 krijgen Russische troepen de opdracht het Tsjerkessische bergdorp Verdi te ontruimen, zodat de Russische overheid de rijke landbouwgrond kan inpikken.

Er zijn twee verhaaldraden: de eerste volgt de heldhaftige herder Vazja, die eerst in zijn eentje een bende veerovers verslaat en daarna een lange reis maakt naar de Russische legercommandant. De gladgeschoren Vazja is christelijk (wat te zien is aan een kruisje op zijn vest) maar hij werpt zich toch op als beschermer van de islamitische dorpsbewoners, want hij is verliefd op Eliso, de dochter van de dorpsoudste. De tweede verhaallijn is rond Eliso gevlochten. De Russische Kozakkenaanvoerder slaagt erin tweedracht te zaaien in het dorp, een deel van de bevolking moet in het holst van de nacht evacueren. Als een lang lint trekken ze door de woeste bergen, op weg naar Turkije. Eliso zet het dorp in brand. De verdreven dorpsbevolking uit hun woede en hun rouw in een wilde dans. Eliso en Vazja nemen afscheid: een huwelijk is niet mogelijk vanwege het verschil in religie.

–macro:serie–

Regisseur Nikolaj Sjengelaja (1903-1943) is een van de grote pioniers van de Georgische cinema. Voor zijn eerste speelfilm liet de voormalig schrijver zich inspireren door zijn futuristische poëzietechniek en zijn vriendschap met de dichter/cineast Vladimir Majakovski. De ritmische constructie, het gebruik van symboliek en metaforen, de bewuste opbouw van een statisch begin naar een ultradynamisch einde verraden het talent van een beeldend vakman. Zijn debuut Eliso werd een triomf. Russische recensenten schreven in 1928 in de Pravda lovende commentaren: “Men kan van Sjengelaja, een regisseur wiens talent nog niet geheel gevormd is maar die over een levendig temperament beschikt, nog interessante werkstukken verwachten.”

Nikolaj Sjengelaja verhief alle dorpsbewoners tot hoofdpersoon van zijn film, de heldhaftige herder en de teerbeminde Eliso zijn onderdeel van de dorpsbevolking. Sjengelaja toonde zich een meester in de montagestijl, in de beste tradities van de Sovjetcinema. Daarnaast had hij een goed gevoel voor de visuele aantrekkingskracht van de exotische folklore van zijn geboorteland.

Een treffend voorbeeld hiervan vormt de scène van de ‘lezginka’, een traditionele dans. De opzwepende dans doet de dorpsbewoners hun ellende vergeten: in een zeer dynamische montage, met een steeds sneller ritme, toont Sjengelaja de hypnotiserende en louterende kracht van deze dans.

(Met dank aan het Filmmuseum en Erik Daams, Filmhuis Den Haag)

Met inleiding Peter Bosma
Deze voorstelling heeft al plaatsgevonden
  • filmspecial
USSR
1928
85’

Muzikale begeleiding door Wim van Tuyl (piano) en Pien Straesser (sopraan), met liederen van Moezorgski, Tsjaikovsky en Shostakovitsj.

Eliso is een tijdloze film. Niet alleen door de uitzonderlijke kwaliteit maar ook door de inhoud van het verhaal. De Russische aanwezigheid in de Kaukasus en het verzet van de bevolking hiertegen is immers nog steeds brandend actueel. Hetzelfde geldt voor de botsing tussen de religies, de strijd tussen christenen en moslims.

De film opent met een brief: in 1864 krijgen Russische troepen de opdracht het Tsjerkessische bergdorp Verdi te ontruimen, zodat de Russische overheid de rijke landbouwgrond kan inpikken.

Er zijn twee verhaaldraden: de eerste volgt de heldhaftige herder Vazja, die eerst in zijn eentje een bende veerovers verslaat en daarna een lange reis maakt naar de Russische legercommandant. De gladgeschoren Vazja is christelijk (wat te zien is aan een kruisje op zijn vest) maar hij werpt zich toch op als beschermer van de islamitische dorpsbewoners, want hij is verliefd op Eliso, de dochter van de dorpsoudste. De tweede verhaallijn is rond Eliso gevlochten. De Russische Kozakkenaanvoerder slaagt erin tweedracht te zaaien in het dorp, een deel van de bevolking moet in het holst van de nacht evacueren. Als een lang lint trekken ze door de woeste bergen, op weg naar Turkije. Eliso zet het dorp in brand. De verdreven dorpsbevolking uit hun woede en hun rouw in een wilde dans. Eliso en Vazja nemen afscheid: een huwelijk is niet mogelijk vanwege het verschil in religie.

–macro:serie–

Regisseur Nikolaj Sjengelaja (1903-1943) is een van de grote pioniers van de Georgische cinema. Voor zijn eerste speelfilm liet de voormalig schrijver zich inspireren door zijn futuristische poëzietechniek en zijn vriendschap met de dichter/cineast Vladimir Majakovski. De ritmische constructie, het gebruik van symboliek en metaforen, de bewuste opbouw van een statisch begin naar een ultradynamisch einde verraden het talent van een beeldend vakman. Zijn debuut Eliso werd een triomf. Russische recensenten schreven in 1928 in de Pravda lovende commentaren: “Men kan van Sjengelaja, een regisseur wiens talent nog niet geheel gevormd is maar die over een levendig temperament beschikt, nog interessante werkstukken verwachten.”

Nikolaj Sjengelaja verhief alle dorpsbewoners tot hoofdpersoon van zijn film, de heldhaftige herder en de teerbeminde Eliso zijn onderdeel van de dorpsbevolking. Sjengelaja toonde zich een meester in de montagestijl, in de beste tradities van de Sovjetcinema. Daarnaast had hij een goed gevoel voor de visuele aantrekkingskracht van de exotische folklore van zijn geboorteland.

Een treffend voorbeeld hiervan vormt de scène van de ‘lezginka’, een traditionele dans. De opzwepende dans doet de dorpsbewoners hun ellende vergeten: in een zeer dynamische montage, met een steeds sneller ritme, toont Sjengelaja de hypnotiserende en louterende kracht van deze dans.

(Met dank aan het Filmmuseum en Erik Daams, Filmhuis Den Haag)

Met: Kira Andronikasjvili, Kokta Karalasjvili, Aleksandr Imedasjvili, I. Mamporija, Aleksander Zorzoliani.