Fig Tree
Locatie: drijvend paviljoen
Aalam-Warqe Davidian

“Romeo & Juliet gesitueerd in het door oorlog geteisterde Ethiopië.”

Het fundament van Fig Tree zou kunnen verwijzen naar een klassiek Romeo & Juliet verhaal. Een joods meisje (Betalehem Asmamawe) en een Christelijke jongen (Rodas Gizaw) zijn hevig verliefd op elkaar en voor elkaar bestemd maar hun religieuze achtergrond weerhoudt hen daarvan. Deze keer speelt het verhaal zich af in Ethiopië, 1989, gedurende de Eritrese onafhankelijkheidsoorlog.  

Mina is 16 jaar en woont met haar oma en broer aan de rand van Addis Abeba. Ze werkt voor het familiebedrijf, gaat naar school en vindt tijd om in een grote oude vijgenboom te hangen met haar beste vriend en geliefde Eli. Ethiopië is in oorlog. Jongemannen worden dagelijks ontvoert van straat en in het leger gedwongen. Eli verstopt zich in de natuur zodat hij uit het zicht blijft van de zoekende soldaten. Mina’s moeder is al naar Israël gevlucht en als het zover is organiseert haar oma een reis naar Israël voor de rest van het gezin. Mina wordt krankzinnig van zorgen omdat de Christelijke Eli niet meekan.

Een sterke herinnering voor regisseur Aalam-Warqe Davidian uit deze woelige tijd is het opgroeien zonder mannen; ze zaten allemaal in het leger. Het waren de vrouwen die ervoor zorgden dat het leven doorging. Ze organiseerden alles en zorgden voor een veilige plek voor hun kinderen waardoor die het gevoel hadden dat hun jeugd normaal was. Als kind was Davidian een van de vele Ethiopische joden die naar Israël emigreerden. Haar licht autobiografische debuut is poëtisch en prachtig geschoten. Het ook vreselijk bedroevend en een veel te onbekende weergave van de oorlogsmisdaden van Ethiopië.

di 23 jul
  • 22:00
Kaarten
  • filmspecial
Israël
2019
93’
Amharic, Hebrew gesproken
Engels ondertiteld

“Romeo & Juliet gesitueerd in het door oorlog geteisterde Ethiopië.”

Het fundament van Fig Tree zou kunnen verwijzen naar een klassiek Romeo & Juliet verhaal. Een joods meisje (Betalehem Asmamawe) en een Christelijke jongen (Rodas Gizaw) zijn hevig verliefd op elkaar en voor elkaar bestemd maar hun religieuze achtergrond weerhoudt hen daarvan. Deze keer speelt het verhaal zich af in Ethiopië, 1989, gedurende de Eritrese onafhankelijkheidsoorlog.  

Mina is 16 jaar en woont met haar oma en broer aan de rand van Addis Abeba. Ze werkt voor het familiebedrijf, gaat naar school en vindt tijd om in een grote oude vijgenboom te hangen met haar beste vriend en geliefde Eli. Ethiopië is in oorlog. Jongemannen worden dagelijks ontvoert van straat en in het leger gedwongen. Eli verstopt zich in de natuur zodat hij uit het zicht blijft van de zoekende soldaten. Mina’s moeder is al naar Israël gevlucht en als het zover is organiseert haar oma een reis naar Israël voor de rest van het gezin. Mina wordt krankzinnig van zorgen omdat de Christelijke Eli niet meekan.

Een sterke herinnering voor regisseur Aalam-Warqe Davidian uit deze woelige tijd is het opgroeien zonder mannen; ze zaten allemaal in het leger. Het waren de vrouwen die ervoor zorgden dat het leven doorging. Ze organiseerden alles en zorgden voor een veilige plek voor hun kinderen waardoor die het gevoel hadden dat hun jeugd normaal was. Als kind was Davidian een van de vele Ethiopische joden die naar Israël emigreerden. Haar licht autobiografische debuut is poëtisch en prachtig geschoten. Het ook vreselijk bedroevend en een veel te onbekende weergave van de oorlogsmisdaden van Ethiopië.