I Don't Want to Sleep Alone
Lange shots en sfeervolle beelden bepalen het minimalistische I Don’t Want to Sleep Alone van de Maleisische regisseur Tsai Ming-Lian.
De levens van drie buitenstaanders van het economisch florerende Kuala Lumpur kruisen elkaar. De dakloze Chinese Hsiao-kang wordt beroofd en in elkaar geslagen. Wanneer hij met zijn matras een veiliger heenkomen zoekt, wordt hij meegenomen door een groep arbeiders uit Bangladesh. Meer dan een armoedig onderkomen in een verlaten fabriek hebben de armlastige illegalen hem niet te bieden, maar Hsioa-kang is er dankbaar voor.
Een van de Bangladeshi is Rawang. Rawang heeft op het moment geen werk en neemt het op zich Hsiao-kang te verzorgen. Een liefdevolle taak waarvoor hij slechts het gezelschap en de aandacht van de onfortuinlijke Chinees terug verwacht.
Alles behalve liefdevol is de relatie tussen serveerster Chy en haar ‘patiënt’. Chy moet naast haar werk de gehandicapte zoon van haar bazin verzorgen. Hiertoe behoort ook het seksueel bevredigen van de jongeman, onder het toeziend oog van zijn moeder.
Als Hsiao-kang is opgeknapt ontmoet hij Chy. De twee worden verliefd. Dit tot groot ongenoegen van zijn verzorger Rawang. De drie raken verwikkeld in een emotionele dans van aantrekken en afstoten, waarin niemand in staat blijkt zijn verlangens naar vrijheid te vervullen.
I Don’t Want to Sleep Alone maakt deel uit van de ‘New Crowned Hope’, een initiatief ter ere van de 250ste geboortedag van Mozart. Naast klassieke Chinese poëzie vormde Die Zauberflöte van Mozart een belangrijke inspiratiebron voor de film.
“Een onvervalste fraaie Tsai-film vol wonderschone liedjes, onvervulde verlangens en zompige locatie” (Ronald Ockhuyzen – de Volkskrant)
Kies tijdstip
- Film
Lange shots en sfeervolle beelden bepalen het minimalistische I Don’t Want to Sleep Alone van de Maleisische regisseur Tsai Ming-Lian.
De levens van drie buitenstaanders van het economisch florerende Kuala Lumpur kruisen elkaar. De dakloze Chinese Hsiao-kang wordt beroofd en in elkaar geslagen. Wanneer hij met zijn matras een veiliger heenkomen zoekt, wordt hij meegenomen door een groep arbeiders uit Bangladesh. Meer dan een armoedig onderkomen in een verlaten fabriek hebben de armlastige illegalen hem niet te bieden, maar Hsioa-kang is er dankbaar voor.
Een van de Bangladeshi is Rawang. Rawang heeft op het moment geen werk en neemt het op zich Hsiao-kang te verzorgen. Een liefdevolle taak waarvoor hij slechts het gezelschap en de aandacht van de onfortuinlijke Chinees terug verwacht.
Alles behalve liefdevol is de relatie tussen serveerster Chy en haar ‘patiënt’. Chy moet naast haar werk de gehandicapte zoon van haar bazin verzorgen. Hiertoe behoort ook het seksueel bevredigen van de jongeman, onder het toeziend oog van zijn moeder.
Als Hsiao-kang is opgeknapt ontmoet hij Chy. De twee worden verliefd. Dit tot groot ongenoegen van zijn verzorger Rawang. De drie raken verwikkeld in een emotionele dans van aantrekken en afstoten, waarin niemand in staat blijkt zijn verlangens naar vrijheid te vervullen.
I Don’t Want to Sleep Alone maakt deel uit van de ‘New Crowned Hope’, een initiatief ter ere van de 250ste geboortedag van Mozart. Naast klassieke Chinese poëzie vormde Die Zauberflöte van Mozart een belangrijke inspiratiebron voor de film.
“Een onvervalste fraaie Tsai-film vol wonderschone liedjes, onvervulde verlangens en zompige locatie” (Ronald Ockhuyzen – de Volkskrant)
Met: Lee Kang-sheng, Norman Atun, Chen Shinag-chyi